Kwesties die de vasten doen verbreken, waarbij slechts het inhalen vereist is


Kwestie:
Indien een persoon in de veronderstelling was dat de dageraad nog niet was begonnen en hierdoor heeft gegeten, gedronken of geslachtsgemeenschap heeft gehad en nadien op de hoogte was gebracht dat de dageraad al was begonnen, dan is de vasten niet geldig. Het inhalen hiervan is dan vereist.
[Dur al-Mukhtar]
Kwestie:
Als een persoon gedwongen was om te eten en drinken, waarbij de al-Ikrah al-Shar’i van toepassing was, zal slechts het inhalen van de vasten vereist zijn, ondanks met eigen handen het eten en drinken genuttigd was.
al-Ikrah al-Shar’i wil zeggen dat iemand een persoon welgemeend bedreigd om hem of haar te vermoorden, de handen en voeten te breken, een deel van het lichaam te amputeren of mishandelen, indien hij of zij de vasten niet verbreekt.
[Dur al-Muktar etc.]
Dit wil zeggen dat de persoon in plaats van deze vastendag en ander dag dient te vasten.
[Bahare Shari’at]
Kwestie:
Als een vastende persoon uit vergeetachtigheid heeft gegeten, gedronken of geslachtsgemeenschap heeft gehad of heeft geëjaculeerd door het zien van iets of heeft een natte droom gehad of heeft overgeven en was in de veronderstelling dat het vasten was verbroken en vervolgens doelbewust heeft gegeten en gedronken, dan is slechts het inhalen van de vasten verplicht (Fard).
[Dur al-Mukhtar, Bahare Shari’at]
Kwestie:
In de onderstaande gevallen is alleen het inhalen van de vasten vereist zonder boetedoening:

  • Bij het inbrengen van oliedruppels in de oren.
  • Bij het toedienen van medicinale vloeistof of iets dergelijks op de gapende wonden waar de maag of hersenen zich bevinden en deze vervolgens naar de maag of hersenen doordringt.
  • Door inbrengen van zetpillen
  • Het toedienen van neusdruppels of iets dergelijks in de neus
  • Het eten van steen, kiezels, aarde, katoen, papier, gras etc. waar mensen gewoonlijkst een afkeer hebben om te eten.
  • Door de vasten in de Ramadan zonder de intentie hiervan te hebben gevormd
  • Bij het verzuimen voor het vormen van de intentie in de ochtend en dit alvorens de dalende zon in de middag te hebben gedaan en nadien heeft gegeten en gedronken
  • Bij het vormen van de intentie voor de vasten, echter niet voor de vasten van de Ramadan
  • Bij het binnendringen van regendruppels of hagel door de keel
  • Bij het inslikken van een ruim hoeveelheid tranen of zweet
  • Indien er zaadlozing heeft plaatsgevonden bij de volgende situaties:
    • Bij het hebben van gemeenschap met een onvolwassen meisje die daar niet rijp voor was, gemeenschap met een lijk of een dier, penetreren tussen het dijbeen of op de buik, bij het kussen, het zuigen van iemands lippen, het aanraken van een vrouw ook al was ze dik aangekleed, maar desondanks was de lichaamswarmte waarneembaar.
    • Bij het masturberen tot zaadlozing toe.
    • Bij niet-penetratieve gemeenschap (droge seks) tot zaadlozing toe.
  • Met uitzondering van de nog in acht te nemen vastendagen van de Ramadan, andere vastendagen te hebben verbroken ook al betreft het de verzuimde vastendagen van de Ramadan
  • Indien een vastende vrouw aan het slapen was en in die toestand met haar gemeenschap is bedreven
  • Indien een vrouw in de ochtend bij vol bewustzijn de intentie voor de vasten had gevormd vervolgens in psychose is geraakt en in die toestand gemeenschap met haar is bedreven.
  • Bij de veronderstelling of twijfel dat het nog nacht is en heeft ontbeten (Sehri), terwijl de ochtend reeds was aangebroken
  • Bij veronderstelling dat de zon was ondergegaan en het vasten heeft verbroken (Iftar), terwijl dit niet zo was
  • Indien twee personen de getuigenis hebben afgelegd dat de zon was ondergegaan of dat de dag was aangebroken, terwijl dit niet zo was, echter was naar aanleiding hiervan het vasten in acht genomen of verbroken.

in al deze gevallen is het in halen van de vasten vereist zonder boetedoening (Kafarah)
[Dur al-Mukhtar, Bahare Shari’at]

Kwestie:

  • Bij het terugkeren van een reiziger naar zijn verblijfplaats,
  • Bij het herstellen van de menstruatie of kraamvloedperiode
  • Bij het terugkeren van het bewustzijn van een geesteszieke
  • Bij het genezen van de zieke
  • Indien het vasten was verbroken onder dwang of dat per ongeluk water door de keel naar binnen was gedrongen
  • Bij de veronderstelling dat het nacht was en heeft ontbeten (Sehri) terwijl de ochtend reeds was aangebroken
  • Bij de veronderstelling dat de zon was ondergegaan, terwijl dat niet zo was en het vasten heeft verbroken (Iftar)

In al deze gevallen is het noodzakelijk (Wajib) om de resterende dag als een vastende persoon door te brengen eveneens is het inhalen van de vastendag vereist. Voor een persoon die de pubertijd is ingegaan of een ongelovige die tot de islam is bekeerd is het inhalen van de bewuste dag niet noodzakelijk echter is het wel noodzakelijk voor hen de rest van de dag door te brengen als een vastende persoon.
[Dur al-mukhtar]

Kwestie:
Als een kind 10 jaar is geworden en in staat is te vasten, behoord het opgelegd worden te vasten. Mocht het kind echter niet vasten, dan dient het hiervoor ferm aangespoord te worden. Als het kind in staat is om te vasten, maar deze heeft verbroken, dan zal het niet opgelegd worden deze in te halen. Daarentegen dient het gebed (Salaat) wel opnieuw tot stand gebracht te worden.
[Rad al-Muhtar, Bahare shari’at]
Kwestie:
Als een persoon voor het aanbreken van de dageraad bedrijvig is in geslachtsverkeer en zich direct op het moment van het aanbreken van dit tijdstip direct hiervan heeft gesepareerd, is er niets aan de hand. Mocht dit echter niet zo zijn, dan is het inhalen van deze vastendag noodzakelijk (Wajib), maar hoeft geen boetedoening hiervoor te doen.
[Rad al-Muhtar]
Kwestie:
Als een persoon uit vergeetachtigheid bedrijvig is in geslachtsverkeer en zich direct op het moment van het herinneren van de vasten zich hiervan heeft gedistantieerd, dan is er niets aan de hand. Mocht dit echter niet zo zijn, dan is het inhalen van deze vastendag noodzakelijk (Wajib), maar hoeft geen boetedoening hiervoor te doen.
[Rad al-Muhtar]
Kwestie:
Als er nog verzuimde vastendagen resteren op de verantwoordelijkheid van een overleden persoon, dan behoort de zorgdrager namens de overledene voor de compensatie ervan te zorgen (Fidyah), mits de overledene dit in het testament heeft laten opnemen en hiervoor geld heeft nagelaten. Mocht dit niet het geval zijn, dan is het geven van compensatie niet meer een vereiste, maar het is wel beter.
[Bahare Shari’at]

Bronvermelding : Dur al-Mukhtar Rad al-Muhtar Bahare Shari’at