Ontvang onze nieuwsbrief

Iedere maand geheel gratis!

Ahl as Sunnah wal Jama’ah


“Leid ons op het rechte pad”

De Koran zegt:

اهْدِنَا الصِّرَاطَ الْمُسْتَقِيمَ
Leid ons op het rechte pad.
[Soerat: al- Fatiha, 1:6]
Allah heeft met Zijn eigen woorden onderwezen hoe de mensen zich tot Hem moeten wenden en leiding moeten vragen. We vragen Hem leiding door ons op het rechte pad te laten lopen. We zeggen dan: “Leid ons op het rechte pad.” Om het rechte pad te kunnen bewandelen is het noodzakelijk om te weten wat het rechte pad is.

De Hadith zegt:

عن عبد الله ابن مسعود ، رضي الله عنه – قال : خط رسول الله صلى الله عليه وسلم خطا بيده ، ثم قال : ” هذا سبيل الله مستقيما ” وخط على يمينه وشماله ، ثم قال : ” هذه السبل ليس منها سبيل إلا عليه شيطان يدعو إليه ” ثم قرأ : وأن هذا صراطي مستقيما فاتبعوه ولا تتبعوا السبل فتفرق بكم عن سبيله

Het is overgeleverd door de eerbiedwaardige ‘Abdullah bin Mas’ud (moge Allah tevreden zijn met hem). Hij heeft gezegd: “De gezant van Allah trok een streep met zijn hand. Toen zei hij: “Dit is het rechte pad van Allah.” Toen trok hij strepen aan de rechterkant ervan en de linkerkant en zei: “Dit zijn de andere paden die niet leiden naar het rechte pad of de Satan staat daar mensen er naartoe uit te nodigen.” Toen reciteerde hij: “En werkelijk dit is Mijn rechte pad. Volg dat dus en volg niet de verschillende andere wegen die jullie van Zijn pad afvoeren.”
[Musnad Iman ibn Hanbal, al- Mustadrak, Sunan al- Nisai, Soerat al- An’aam 6:153]
Het rechte pad is dus het pad dat naar Allah toe leidt. Het pad dat Allah heeft uitgestippeld voor mensen die in Hem geloven en gehoorzaam zijn aan Zijn verordening. De andere wegen voeren de mensen af van Zijn pad. Aan het hoofd van de wegen roept de Satan mensen naar zich toe.

“En volg niet de voetstappen van de Satan”

De Koran zegt:

قَالَ رَبِّ بِمَا أَغْوَيْتَنِي لَأُزَيِّنَنَّ لَهُمْ فِي الْأَرْضِ وَلَأُغْوِيَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ
Hij (Satan) zei: “Mijn Heer, omdat U mij misleidt hebt zal ik voor hen op de aarde (alles) schone schijn maken en ik zal hen allen zeker misleiden.”
[Soerat al Hijr, 15:40]
Laten dwalen en misleiden is het werk van de Satan. Hij heeft verschillende manieren om Allah’s dienaren te misleiden. Allah heeft ons voor zijn werkwijze gewaarschuwd.

De Koran zegt:

وَلَا تَتَّبِعُوا خُطُوَاتِ الشَّيْطَانِ إِنَّهُ لَكُمْ عَدُوٌّ مُبِينٌ . إِنَّمَا يَأْمُرُكُمْ بِالسُّوءِ وَالْفَحْشَاءِ وَأَنْ تَقُولُوا عَلَى اللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ

En volg niet de voetstappen van de Satan. Hij is een openlijke vijand van jullie. Hij legt jullie slechts kwaad en onfatsoenlijkheid op en dat jullie over Allah dingen moeten zeggen waar jullie geen weet over hebben.
[Soerat al- Baqarah, 2:168-169]

De Koran zegt:

إِنَّمَا يُرِيدُ الشَّيْطَانُ أَنْ يُوقِعَ بَيْنَكُمُ الْعَدَاوَةَ وَالْبَغْضَاءَ فِي الْخَمْرِ وَالْمَيْسِرِ وَيَصُدَّكُمْ عَنْ ذِكْرِ اللَّهِ وَعَنِ الصَّلاةِ فَهَلْ أَنْتُمْ مُنْتَهُونَ

De Satan wenst vijandschap en haat tussen jullie te veroorzaken door de wijn en het gokken en door jullie van het gedenken van Allah en de salaat (het gebed) af te houden. Zullen jullie dan ophouden?
[Soerat al- Maida, 5:91]

De Koran zegt:

إِنَّ الشَّيْطَانَ لَكُمْ عَدُوٌّ فَاتَّخِذُوهُ عَدُوًّا إِنَّمَا يَدْعُو حِزْبَهُ لِيَكُونُوا مِنْ أَصْحَابِ السَّعِيرِ
De Satan is voor jullie een vijand. Neemt hem dus als vijand aan. Hij roept zijn partij slechts op om in het vuurgloed thuis te horen.
[Soerat al- Fatir, 35:6]
De Satan gaat dus te werk door verdeeldheid te zaaien onder de mensen. Hij roept zijn partij op om in het vuurgloed thuis te horen. Hiervan begrijpen we dat de Satan met zijn bedrog en misleiding mensen naar het vuur leidt. Allah heeft Zijn profeten en gezanten naar de mensheid gestuurd als waarschuwers. Ook de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft zijn volk hiervoor gewaarschuwd.

“Aan het einde der tijden…”

De Hadith zegt:

عن أبي هريرة قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم :” يكون في آخر الزمان دجالون كذابون يأتونكم من الأحاديث بما لم تسمعوا أنتم ولا آباؤكم ، فإياكم لا يضلونكم ولا يفتنونكم.”
De eerbiedwaardige Abu Hurairah (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd dat de gezant van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Aan het einde der tijden zullen leugenachtige bedriegers verschijnen. Ze zullen zulke dingen vertellen die jullie nooit hebben gehoord, noch jullie voorvaderen. Pas op voor hen opdat ze jullie niet misleiden en onder jullie verderf brengen.”
[Sahih al- Muslim]
Er zullen dus mensen komen die het volk zullen misleiden en onder hen verderf zullen zaaien. Deze mensen hebben de rol van de Satan op zich genomen. Het doel is om hen van het rechte pad af te voeren en hen vervolgens te wijzen naar de wegen tot het vuur. Er zal onder het volk verdeeldheid gezaaid worden.

“Mijn volk zal zich opsplitsen in 73 groepen”

De Hadith zegt:

وعن عبد الله بن عمرو بن العاص رضي الله عنهما؛ قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم. ليأتين على أمتي ما أتى على بني إسرائيل حذو النعل بالنعل، حتى إن كان منهم من أتى أمه علانية؛ لكان في أمتي من يصنع ذلك، وإن بني إسرائيل تفرقت على ثنتين وسبعين ملة، وتفترق أمتي على ثلاث وسبعين ملة؛ كلهم في النار إلا ملة واحدة. قالوا: من هي يا رسول الله ؟ قال: “ما أنا عليه وأصحابي
Het is overgeleverd door de eerbiedwaardige ‘Abdullah bin ‘Amr bin al- ‘Aas (moge Allah met beiden tevreden zijn). Hij zegt dat de gezant van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Voorzeker zal mijn volk hetgeen overkomen dat was gebeurd met de kinderen van Israël, zoals een schoen naast een andere schoen, tot zoverre een persoon uit hen zijn moeder openlijk benaderde, zo zal zeker uit mijn volk iemand zijn die hetzelfde zal doen. Werkelijk! De kinderen van Israël waren opgesplitst in 72 groepen en mijn volk zal zich opsplitsen in 73 groepen. Allen van hen zullen het vuur ingaan, behalve één groep.” De metgezellen vroegen: “Wie is die groep o gezant van Allah?” Hij zei: “(de groep die op hetzelfde pad is) Waarop ik ben en mijn metgezellen.”
[Jami’ut Tirmidhi, Kitab al-Iman]
Het volk van de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem) zal worden opgesplitst in 73 stromingen. Alle stromingen zullen hun weg vinden naar het vuur met uitzondering van één groep. Vestigt in gedachte dat de heilige profeet van Allah (vrede zij met hem) hiervan heeft bericht toen er nog geen vertakkingen en stromingen bestonden onder zijn volk. Toen hem gevraagd werd wie de in veiligheid gestelde stroming was, antwoordde hij: “(de groep die op het zelfde pad is) Waarop ik ben en mijn metgezellen.”

Tevens zegt de Hadith:

و عن عوف بن مالك رضى الله عنه قال قال رسول الله صلي الله اليه و سلم: “افترقت اليهود على إحدى وسبعين فرقة، فواحدة في الجنة، وسبعون في النار، وافترقت النصارى على اثنتين وسبعين فرقة، فإحدى وسبعون في النار، وواحدة في الجنة، والذي نفس محمد بيده، لتفترقن أمتي على ثلاث وسبعين فرقة، فواحدة في الجنة، واثنتان وسبعون في النار”

De eerbiedwaardige Awf bin Malik (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd:

De gezant van Allah (vrede zij met hem) zei: “Het joodse volk is verdeeld in 71 stromingen, één zal het paradijs binnentreden en 70 zullen de hel ingaan. De christenen zijn verdeeld in 72 stromingen, 71 zullen de hel ingaan en 1 zal het paradijs binnentreden. Bij Hem in wiens macht het leven van Mohammed is, zonder enige twijfel, mijn volk zal worden verdeeld in 73 stromingen. Slechts één zal het Paradijs binnentreden en 72 zullen de hel ingaan.”
[Sunan Ibn al-Majah 3982, Kitab ul-Fitan]

“Degene die mijn soenna lief heeft, heeft mij lief.”

Een kenmerk van de in veiligheid gestelde groep is dat ze het pad bewandelen van de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem) en zijn metgezellen. De heilige profeet (vrede zij met hem) heeft ons zijn tradities nagelaten. Deze tradities noemen we zijn soenna. De soenna van Allah’s gezant (vrede zij met hem) is het beste voorbeeld voor de mensen. Allah heeft de soenna van zijn gezant geprezen in de Koran.

De Koran zegt:

لَقَدْ كَانَ لَكُمْ فِي رَسُولِ اللَّهِ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ لِمَنْ كَانَ يَرْجُو اللَّهَ وَالْيَوْمَ الْآخِرَ وَذَكَرَ اللَّهَ كَثِيرًا
Werkelijk! In de gezant van Allah is voor jullie een goed voorbeeld voor hen die verlangen naar Allah en de laatste dag en Allah veelvuldig gedenken.
[Soerat al- Ahzab, 33:21]

De Hadith zegt:

و عن أنس رضي الله عنهقال قال قال لي رسول الله صلى الله عليه وسلم: “يا بني إن قدرت أن تصبح و تمسي و ليس في قلبك غش لأحد فافعل ثم قال لي يا بني ذلك من سنتي و من أحيا سنتي فقد أحبني ومن أحبني كان معي في الجنة.”
De eerbiedwaardige Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “De gezant van Allah (vrede zij met hem) zei tegen mij: “O mijn kind, als jij in staat bent om de ochtend en avond in zo’n staat door te brengen dat je geen kwaad draagt in je hart jegens een ander, doe dat dan!” Daarna zei hij: “Dit is mijn traditie (soenna) en degene die mijn soenna liefheeft, heeft mij lief en degene die mij liefheeft, zal met mij zijn in het paradijs.”
[Sunan al- Tirmidhi, Miskaat al- Masabih bab- al I’etasam]
De mensen van het rechte pad zijn dus degene die de soenna van de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem) volgen en naleven. Het volgen van zijn soenna leidt immers tot het paradijs, dit in contrast met de stromingen van het vuur.

“Houd dat stellig vast en zet je kiezen er stevig in”

De Hadith zegt:

عن العرباض بن سارية ، قال : صلى بنارسول الله صلى الله عليه وسلم ذات يوم، ثم أقبل علينا بوجهه فوعظنا موعظة بليغة و زرفت منها العيون و وجلت منها القلوب ، فقال رجل : يا رسول الله كأن هذا موعظة مودع فأوصنا ، فقال : ” أوصيكم بتقوى الله ، والسمع والطاعة وإن كان عبدأ حبشيا فانه فإنه من يعش منكم بعدي فسيرى اختلافا كثيرا ، فعليكم بسنتي ، وسنة الخلفاء الراشدين المهديين تمسكوا بها و عضوا عليها بالنواجذ ،وإياكم ومحدثات الأمور ، فإن كل محدثة بدعة و كل بدعة ضلالة “
De eerbiedwaardige ‘Irbad bin Sariya (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “Op een dag had de gezant van Allah (vrede zij met hem) met ons het gebed verricht. Vervolgens wende hij zijn gezicht tot ons en gaf ons een uiterst welbespraakte leerrede, waardoor de ogen betraand raakten en de harten begonnen te schudden. Een man zei toen: “Het lijkt erop dat dit een afscheidsrede is, voorzie ons dan van advies.” Hij zei: “Ik adviseer jullie om godvrezend te zijn, te luisteren en gehoorzaam te zijn (aan de gezaghebber) al is het een slaaf van Abessinië, want degene die na mij zal leven zal grootste onenigheden aanschouwen, dus het is noodzakelijk voor jullie om mijn soenna in acht te houden en de soenna van de rechtschapen, goedgeleide kaliefen. Houd dat stellig vast en zet je kiezen er stevig in. Houd afstand van nieuwlichterijen, aangezien elk nieuw ding een innovatie is en elke innovatie is dwaling.”
[Ahmad, Sunan Abu Dawud, Jam’i ut Tirmidhi, Sunan Ibn al- Maja]
Er zal een tijd komen dat er allemaal nieuwe dingen verkondigd zullen worden waar noch zijn metgezellen van gehoord hebben nog hun voorouders. In die tijden heeft de heilige profeet (vrede zij met hem) zijn volk geadviseerd om stevig vast te klampen aan zijn soenna en die van zijn metgezellen. In het bijzonder zijn rechtschapen kaliefen. De metgezellen hebben hierbij een zeer belangrijke functie. Het rechte pad is dus de soenna van de heilige profeet (vrede zij met hem) en de soenna van zijn metgezellen. De andere wegen leiden naar dwaling en uiteindelijk tot het vuur.

“Gelooft zoals de mensen geloven”

In het praktiseren van religieuze ritten kon er geen onderscheid worden gemaakt tussen de erediensten van de metgezellen van de heilige profeet (vrede zij met hen) en die van de huichelaars. Beide groepen verrichtte immers dezelfde handelingen.
De Koran zegt:

وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ آمِنُوا كَمَا آمَنَ النَّاسُ قَالُوا أَنُؤْمِنُ كَمَا آمَنَ السُّفَهَاءُ أَلَا إِنَّهُمْ هُمُ السُّفَهَاءُ وَلَكِنْ لَا يَعْلَمُونَ
Als men tegen hen zegt: “Gelooft zoals de mensen geloven”, zeggen zij: “Zullen wij dan geloven zoals de dwazen geloven?” Werkelijk zij, zij zijn de dwazen, maar ze weten het niet.
[Soerat al- Baqarah, 2:13]
Het onderscheid tussen handelingen en daden is het geloof. Een ieder verrichtte de handelingen zoals die waren voorgeschreven, maar deze zijn niet van kracht zolang het geloof niet correct is. Allah verwijst om te geloven zoals de mensen geloven. Zonder enige twijfel weten we dat met de mensen de metgezellen van de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem) wordt bedoeld. Allah verwijst naar het geloof van de metgezellen. Hierdoor zijn de metgezellen een maatstaf voor het volk van de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem). Als we willen weten wat het juiste geloof is, dan moeten we onze aandacht vestigen naar de metgezellen en door te geloven zoals de metgezellen geloofden. We dienen hetgeen te verwerpen waarin de metgezellen niet geloofden en hetgeen te omhelzen, waarin de metgezellen geloofden.
Het rechte pad tot Allah is dus door de soenna te volgen van Zijn gezant (vrede zij met hem) en de groep (jama’ah) metgezellen.

“Volg de grootste groep”

De Hadith zegt:

عن ابن عمررضي الله أنه قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم :” إن الله لا يجمع أمتي أو قال أمة محمد صلى الله عليه وسلم على ضلالة ويد الله علي الجماعة ومن شذ شذ في النار”
Het is overleverd door Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden zijn met hem). Hij zei dat de gezant van Allah (vrede zij met hem) zei: “Werkelijk! Allah zal nooit toestaan dat mijn volk zich zal verenigen in misleiding. Allah’s genade, zegeningen en bescherming zijn met de grootste groep moslims. En hij die afwijkt van de grootste groep moslims zal (alleen) in de hel worden geworpen.”
[Jam’i ut Tirmidhi, Kitab al- Fitan]

Tevens zegt de Hadith:

وعنه قال : قال رسول الله – صلى الله عليه وسلم : “اتبعوا السواد الأعظم ، فإنه من شذ شذ في النار” رواه ابن ماجه من حديث أنس .

Het is ook van Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden zijn met hem) overgeleverd. Hij zei dat de gezant van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Volgt de grootste groep, want degene die is afgeweken zal (alleen) in het vuur worden geworpen.” Dit is overgeleverd door Ibn al- Majah op de autoriteit van de eerbiedwaardige Anas (moge Allah tevreden zijn met hem).
[Jam’i ut Tirmidhi, Kitab al- Fitan]

“De satan is als een wolf die op mensen jaagt”

De Hadith zegt:

وعن معاذ بن جبل قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم :” إن الشيطان ذئب الإنسان كذئب الغنم يأخذ الشاة القاصية والناحية، فإياكم والشعاب ، وعليكم بالجماعة والعامة
De eerbiedwaardige Mu’az bin Jabl (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd dat de gezant van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: ”Waarlijk! De Satan is de wolf van de mensen. Hij grijpt de schapen die zijn afgezonderd en bij de randen zijn. Het is noodzakelijk om julliezelf te redden van de nauwe stegen. Blijf stellig met de grootste groep (jama’ah) en meest bekende groep van de moslims.”
[Musnad Imam Ahmad]

De Hadith zegt:

عن أبي ذررضي الله أنه قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : ” من فارق الجماعة شبرا فقد خلع ربقة الإسلام من عنقه “
De eerbiedwaardige Abu Dzar (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd dat de gezant van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Hij die afwijkt van de Jama’ah (grootste groep moslims), al is het zoveel als een handbreedte, heeft zichzelf afgesneden van zijn verbintenis met de islam.”
[Sunan Abu Dawud, Musnad Imam Ahmad]
De grootste groep moslims zal zich nooit verenigen met dwaling en misleiding. De mensen die zich van de grootste groep zullen distantiëren en afwijken, zullen ten prooi vallen aan de Satan en hij roept zijn groep slechts op om in het vuurgloed thuis te horen.

“Letter voor letter, woord voor woord uitgekomen”

Al hetgeen waarvan de heilige profeet (vrede zij met hem) ons van bericht en gewaarschuwd heeft, is letter voor letter, woord voor woord uitgekomen. Het volk is helaas versplintert in verschillende groeperingen. Een ieder beweert dat ze de waarheid verkondigen. Gelukkig heeft de profeet (vrede zij met hem) ons veel aanwijzingen gegeven voor het rechte pad. We dienen zijn soenna te volgen en dat van zijn metgezellen en ons te klampen aan de grootste groep moslims, aangezien Allah het nooit en nimmer zal toestaan het volk van de profeet Mohammed (vrede zij met hem) te verenigen in dwaling en ongeloof. De Koran is gezonden als een leidraad voor alle mensen. Allah voorziet ons hierin ook van Zijn adviezen en verordeningen.

De Koran zegt:

وَلَا تَكُونُوا كَالَّذِينَ تَفَرَّقُوا وَاخْتَلَفُوا مِنْ بَعْدِ مَا جَاءَهُمُ الْبَيِّنَاتُ وَأُولَئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ
“Wees niet zoals zij die zich in groepen opsplitsten en van mening verschilden, nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen. Zij zijn het voor wie er een geweldige bestraffing is.”
[Soerat Aal-Imraan, 3:105]

“Leg het voor aan Allah, Zijn gezant en de gezagsdragers”

Alle stromingen en groepen beweren dat zij de groep zijn die is vrijgesteld van het hellevuur. Allah heeft duidelijke bewijzen gestuurd naar de mensen. Zijn gezant (vrede zij met hem) heeft zijn volk gewaarschuwd en hen duidelijke tekenen gegeven. Echter mochten mensen onderling onenigheden hebben en twisten over zaken, dan dienen wij dit aan Allah, Zijn gezant (vrede zij met hem) en de gezagsdragers voor te leggen.

De Koran zegt:

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا أَطِيعُوا اللَّهَ وَأَطِيعُوا الرَّسُولَ وَأُولِي الْأَمْرِ مِنْكُمْ فَإِنْ تَنَازَعْتُمْ فِي شَيْءٍ فَرُدُّوهُ إِلَى اللَّهِ وَالرَّسُولِ إِنْ كُنْتُمْ تُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ ذَلِكَ خَيْرٌ وَأَحْسَنُ تَأْوِيلًا
“Jullie die geloven! Gehoorzaamt Allah en gehoorzaamt de Profeet en de gezagsdragers uit jullie midden. Als jullie met elkaar twisten, legt het dan voor aan Allah en de Profeet als jullie in de laatste dag geloven, dat is beter voor jullie en de beste afsluiting.”
[Soerat an-Nisaa, 5:59]

“Het pad van hen die U heeft begunstigd”

We lezen in de Koran om Allah leiding te vragen naar het rechte pad toe. Allah zelf heeft hierna gespecificeerd wat het rechte pad is.

De Koran zegt:

صِرَاطَ الَّذِينَ أَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ
Het pad van hen aan wie U gunsten heeft geschonken.
[Soerat al- Fatiha, 1:7]
We dienen dus het pad te volgen van de mensen die Allah heeft begunstigd. Zonder die mensen kunnen we nooit op het rechte pad geraken. Dat zijn immers de mensen die Allah met Zijn zegens en genade heeft begunstigd. Door hen te herkennen komen we te weten wat het rechte pad is. De onenigheden dienen we voor te leggen aan Allah, Zijn gezant (vrede zij met hem) en de gezagsdragers.
We leggen de onenigheden vervolgens voor aan Allah. Wat zegt Allah dan aan ons dat we moeten doen? Wie zijn degenen die tot het rechte pad behoren. Die de soenna volgen zoals het hoort. Die tot de J’ama’ah (de grootste groep) behoren, zoals dat is voorgeschreven. Bij nadere studie van de Koran komen we al snel achter de waarheid.

De Koran zegt:

وَمَنْ يُطِعِ اللَّهَ وَالرَّسُولَ فَأُولَئِكَ مَعَ الَّذِينَ أَنْعَمَ اللَّهُ عَلَيْهِمْ مِنَ النَّبِيِّينَ وَالصِّدِّيقِينَ وَالشُّهَدَاءِ وَالصَّالِحِينَ وَحَسُنَ أُولَئِكَ رَفِيقًا
Wie Allah en de gezant gehoorzamen, dat zijn degenen die met hen zijn aan wie Allah Zijn gunsten heeft geschonken van de profeten, de oprechten, de martelaars en de rechtschapenen. Wat een goede gezellen zijn dat.
[Soerat an- Nisaa, 4:69]
De mensen waarnaar Allah heeft verwezen zijn de profeten, de oprechten, de martelaars en de rechtschapenen. Als we hen volgen zullen we zeker op het rechte pad geraken. Dat zijn de mensen aan wie Allah Zijn gunsten heeft geschonken. Dat zijn de mensen die de juiste geloofsovertuigingen omhelzen.
Allah heeft hierbij Zijn oordeel gegeven. De mensen van het rechte pad zijn de mensen die Hij heeft begunstigd van de profeten, de oprechten, de martelaars en de rechtschapenen. Als de verdwaalde stromingen onder de loep worden genomen komt al snel een vuistregel te boven.
“Alle stromingen die van het rechte pad zijn afgeweken, ontkennen één of meerdere eigenschappen van de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem).”
Door het niet accepteren of ontkennen van één of meerdere eigenschappen van de heilige profeet (vrede zij met hem), zijn ze van het rechte pad afgedwaald.
Hierover volgt later meer diepgang…

Bronvermelding : Soerat: al- Fatiha, 1:6 Musnad Iman ibn Hanbal, al- Mustadrak, Sunan al- Nisai Soerat al- An’aam 6:153 Soerat al Hijr, 15:40 Soerat al- Baqarah, 2:168-169 Soerat al- Maida, 5:91 Soerat al- Fatir, 35:6 Sahih al- Muslim Jami’ut Tirmidhi, Kitab al-Iman Sunan Ibn al-Majah 3982, Kitab ul-Fitan Soerat al- Ahzab, 33:21, Sunan al- Tirmidhi Miskaat al- Masabih bab- al I’etasam Ahmad, Sunan Abu Dawud, Jam’i ut Tirmidhi, Sunan Ibn al- Maja Soerat al- Baqarah, 2:13 Jam’i ut Tirmidhi, Kitab al- Fitan Musnad Imam Ahmad Soerat Aal-Imraan, 3:105 Soerat an-Nisaa, 5:59 Soerat al- Fatiha, 1:7 Soerat an- Nisaa, 4:69